Over het Joegoslavië-tribunaal

icty: International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia in The Hague

ICTY in Den Haag

In Getekend trekken de hoofdpersonages op een gegeven moment naar het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, op zoek naar meer informatie over de gruwelijke moorden in Breskens en Antwerpen. Ze wonen er het proces bij van (de fictieve oorlogsmisdadiger) Vlastimir Pavković, voormalig Servisch onderminister van Binnenlandse Zaken, die in Den Haag terecht staat voor misdaden tegen de menselijkheid tijdens de Kosovaarse oorlog. Hierna volgt beknopte informatie over het tribunaal.

Het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY), kortweg het Joegoslavië-tribunaal, is een gerechtshof van de Verenigde Naties, gevestigd in Den Haag. Het werd opgericht in mei 1993 en houdt zich bezig met de talrijke oorlogsmisdaden die plaatsvonden tijdens de oorlogen in de Balkan in de jaren negentig. Het tribunaal heeft 160 personen in staat van beschuldiging gesteld voor misdaden tegen de menselijkheid begaan in de periode 1991 tot 2001 in Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Servië, Kosovo en de voormalige Joegoslavische republiek van Macedonië. Meer dan 60 personen zijn veroordeeld en meer dan 40 beschuldigden staan momenteel nog terecht. Het proces tegen de voormalige Servische president Slobodan Milošević werd stopgezet na het overlijden van de beschuldigde op 11 maart 2006 in de gevangenis van Scheveningen. Een andere bekende beschuldigde is de president van de Bosnische Serviërs van 1992 tot 1995, Radovan Karadžić, wiens proces eind 2014 afgelopen zou moeten zijn, tenzij het omwille van procedurekwesties verder uitloopt. De zaak Karadžić is een van de laatste grote zaken die door het ICTY worden behandeld. Aangezien dit een ad hoc rechtbank van de VN is en geen permanente instelling zoals het eveneens in Den Haag gevestigde Internationaal Strafhof, zal het Joegoslavië-tribunaal vermoedelijk eind 2014 of in de loop van 2015 worden opgeheven. De zittingen van het tribunaal zijn toegankelijk voor het publiek.

Over Kosovo en de Kosovo-oorlog

In de ‘back story’ van Getekend speelt de oorlog in Kosovo op het eind van de jaren negentig een belangrijke rol. Hierna volgt beknopte informatie over dat bijna vergeten, maar zeer bloedige conflict op dagreisafstand van België en Nederland.

In het nieuws van de VRT duurt de reportage over de Gaia-actie tegen de levende visjes in Geraardsbergen dubbel zo lang als die over de doden in Kosovo. Tja…
Valère Descherp alias Siegfried Bracke (@sthbracker) in 1999 in Doén, het ledenblad van de SP (De Morgen, 25/1/2011).

Factoid: De Kosovaarse hoofdstad Pristina ligt volgens Google Maps op 22 uur rijden van Brussel.

Hoewel Getekend een fictiewerk is, zijn sommige van de beschreven gebeurtenissen gedeeltelijk gebaseerd op verslagen van het Joegoslavië-tribunaal en getuigenissen uit andere openbare rapporten van onder andere Human Rights Watch. Gelijkenissen  met gebeurtenissen of levende en/of overleden personen berusten niettemin op louter toeval.

In 1989 maakte de Servische president Slobodan Milošević de autonomie van de Servische provincie Kosovo ongedaan. Het parlement in de hoofdstad Pristina werd naar huis gestuurd. De overwegend Albanese bevolking startte onder leiding van Ibrahim Rugova met een vreedzaam verzet. Door de oorlogen in de Balkan was er internationaal weinig aandacht voor de Servische onderdrukking van de Albanezen in Kosovo. Omdat acht jaren van ongewapend verzet geen verbeteringen brachten, richtte een radicale minderheid in februari 1996 het Kosovaarse bevrijdingsleger of UÇK op. In de eerste fase van de Kosovo-oorlog voerde het UÇK aanslagen uit op Servische doelen en op Albanezen die verdacht werden van collaboratie. In februari 1998 startte Servië met een groot militair offensief tegen het UÇK, waarbij ook de Albanese burgerbevolking werd geviseerd. De Serviërs voerden etnische zuiveringen uit. De internationale gemeenschap probeerde die te stoppen door vanaf eind maart 1999 luchtaanvallen uit te voeren tegen Servische doelen. Na 78 dagen bombardementen trok het Servische leger zich terug uit Kosovo. Kosovo staat sindsdien onder het bestuur van de V.N. Op 17 februari 2008 riep Kosovo eenzijdig de onafhankelijkheid uit van Servië. Slechts een deel van de internationale gemeenschap, waaronder België en Nederland, erkent het onafhankelijke Kosovo.

De Kosovo-oorlog maakte 13.472 bij naam gekende burgerslachtoffers: 9.260 Albanezen, 2.488 Serviërs en 1.254 slachtoffers waarvan de etniciteit niet kan worden vastgesteld. Servië claimt dat er tijdens de NAVO-luchtaanvallen in 1999 verder nog tussen de 1.200 en 5.700 burgerslachtoffers in Servië en Montenegro vielen. Volgens Human Rights Watch zijn het er 488. Het Joegoslavië-tribunaal documenteerde honderden gevallen van oorlogsmisdaden, niet alleen door de Servische troepen, maar ook door het Kosovaarse bevrijdingsleger. De rapporten van het Tribunaal zijn openbaar en bevatten naast gedetailleerde getuigenissen ook foto’s. Voor de lectuur ervan is vaak een sterke maag nodig.